Plakkende slaapzakken, vieze bedden, 8 kilo op je rug, nachtbussen, spannende grensovergangen, fysieke uitdagingen, hoogteziekte, gehurkt plassen, vreemde talen, diarree, leven vanuit een rugzak, smaakloos avondeten, koude douches, net te weinig WC papier, ontbijten met de restjes van het avondeten, ijskoude nachten, cola als medicijn, wisselende valuta’s, slapen tussen de dieren, nooit weten wat de dag van morgen brengt, opstaan rond de klok van vijf uur, je waardevolle spullen continu in het oog, weken rondtrekken in dezelfde kleren, je ondergoed wassen in een rivier, geen stroom, altijd een plan B in je achterhoofd.

Terwijl mijn voeten in de bergen kleine stapjes vooruit zetten ben ik heel even jaloers op de mensen die thuis achter hun computer een georganiseerde reis boeken waar alles van a tot z is geregeld. Eén moment kijk ik op tegen de mensen die ter plekke in het buitenland een reisleider regelen die alles regelt als je op pad gaat. In een ‘split second’ benijd ik de mensen die een all inclusieve vakantie hebben geboekt waar je alle dagen op één plek verblijft en je elke nacht in een schoon bed kunt stappen.  De seconde wordt langer en langzaam droom ik weg bij die gedachte, tot de orde van de dag me bij de les houdt.

Een mooi sprookje  

Na zes uur lopen voelt de rugzak namelijk zwaar en op ruim 5500 meter snak ik naar zuurstof. Al stappend door de sneeuw bedenk ik me dat ik naar de wc moet maar dat ik dan mijn net opgewarmde handen weer moet blootstellen aan de kou. Ik besluit te wachten tot de avondhut in beeld komt en loop bij aankomst zo snel als mogelijk naar de ‘wc’. De hut is koud en vies. Gehurkt boven een gat in de grond ben ik net op tijd om niet in mijn broek te plassen. Het opgeluchte gevoel wint het gevecht van de 1000 koude naalden in mijn been. Uit mijn jaszak tover ik 1 velletje wc-papier die ik door tweeën deel omdat wc-papier een schaars goed is. Terug in de ‘keuken’ geeft het vuur net voldoende warmte om een vies goedje uit een zakje op te warmen. Na het eten kruip ik vroeg in mijn slaapzak. Deze is klam en ijskoud en omdat ik mijn voeten maar niet warm krijg lukt het niet om slaap te vatten, hoe moe ik ook ben.

Ik trappel in mijn slaapzak om wat warmte te creëren en ondertussen bespeur ik bij mezelf een verlangend gevoel. Om mezelf af te leiden probeer ik me niet meer te focussen op mijn voeten, maar me te concentreren op de gedachten wat ‘verlangen’ met me doet. Ik bedenk me dat ik het ken als een begeerte, een diepe wens en een innerlijk vuur die maar niet uit mijn hoofd verdwijnt. Iets waar ik hemel en aarde voor laat bewegen, een baken die me richting geeft of een emotie die ik met een glimlach kan aanschouwen. Een verlangen kun je eigenlijk zien als jouw persoonlijke sprookje. Een kasteel die je kunt bouwen in je eigen veilige wereld waar alles mogelijk is. Echter, al rillend in mijn slaapzak ebt de romantiek van die gedachte langzaam weg en stel ik mijn eigen gedachte op de proef. 

Het geheim van geluk.

Is dat kasteel van verlangen eigenlijk niet gewoon een luchtkasteel? Vergeten we door verlangen niet het waarderen van het hier en nu? En balanceert verlangen niet op een evenwichtskoord met de emotie hebzucht? De bevrediging van een verlangen draagt namelijk vaak alweer het zaadje met zich mee voor een nieuw verlangen. Waarschijnlijk zei daarom niet voor niks een Britse filosoof ooit: “Het geheim van geluk, is bewonderen zonder verlangen”.

Het is 04.30 uur en zachtjes piept mijn horloge als teken dat de volgende etappe in de bergen op me wacht. Na een nacht trappelen in mijn slaapzak voelen mijn voeten nog steeds aan als ijsklontjes waardoor ik geen oog heb dichtgedaan. Moe en rillend van de kou stap ik uit mijn slaapzak. Pffff… Er valt nog een hoop te leren, bedenk ik me terwijl ik mijn spullen bij elkaar raap en mijn verlangen over warmte, luxe en hygiëne maar niet uit mijn hoofd krijg. Die wijze Britse filosoof is van harte welkom in mijn super mooie luchtkasteel die ik afgelopen nacht heb gebouwd. Op dit moment verlang ik namelijk vurig naar warme voeten, een ontspanningsvakantie en wc papier 😉 

 

*******************

||  GOUDEN REISTIP ||

Deze reis (2013) ging van Peru (Lima), naar Bolivia, naar Argentinië  en Chili (Santiago). Een gouden tip voor Bolivia is natuurlijk Salar de Uyuni. Aanbieders genoeg dus je hoeft hiervoor niks vooraf te regelen. Ik zou echter wel moeite doen om een leuke groep mensen bij elkaar te vinden (of om een auto voor jezelf te regelen). Je zit namelijk drie dagen hutje mutje op elkaar in de auto 😉

Ik ben van Bolivia doorgereisd naar Argentinië en Chili. Voor de actievelingen onder ons: Nationaal park Aconcagua is prachtig. Wil je niet naar de top dan is dat geen probleem. Het park heeft ook prachtige hike tochten die korter zijn. Ps. Wees extra alert op windsnelheden als je het weer controleert. Ik heb zelden zulke harde windvlagen meegemaakt boven op de bergen als in dit nationaal park en soms moesten we letterlijk op de grond liggen voor onze veiligheid. 

Kijk hier voor meer tips over Zuid Amerika

Close

Pin It on Pinterest

Deel deze post!